Nieuws

Export Control Forum 2016

Geplaatst op

Afgelopen maandag was ik op het Export Control Forum 2016 in Brussel. De zaal zat vol met deskundigen op het gebied van export controles en sanctieregelingen. Ik kom er graag want het is leuk om bekenden te zien en vooral ook om te horen wat vakgenoten in andere landen bezig houdt.

Het forum ging natuurlijk vooral over het recente voorstel voor herziening van de Dual Use Verordening. Vanuit de human rights organisaties was vooral veel aandacht voor de cyber-surveillance technologie. Vanuit het bedrijfsleven, maar ook vanuit de verschillende overheden, was veel aandacht voor de nieuwe catch-all bepalingen.

Algemene bedenkingen bij de nieuwe catch-all bepaling zijn dat (i) in feite een tweede goederenlijst ontstaat, (Iii) het bijzonder lastig zal zijn om de goederen voldoende specifiek te beschrijven zonder de vertrouwelijkheid te schenden, of geheime informatie die een overheid heeft, prijs te geven en (iii) op welke gronden lidstaten kunnen protesteren tegen de opvatting van een andere lidstaat, over het gevaar dat een bepaald product oplevert.

Verder is het spannend of alle Europese Algemene Vergunningen (“EUGEA”) die zijn voorgesteld ook daadwerkelijk van kracht worden. Wij houden het in de gaten.

Goederencodes 2017 (wijzigingen HS en GN)

Geplaatst op

Elke 5 jaar wordt het Geharmoniseerde Systeem herzien.  Op 1 januari 2017 is de nieuwste versie van het Harmonized System in werking getreden (HS 2017) en daarmee ook een nieuwe versie van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). [linkje naar het douanetarief 2017]. Hieronder worden een aantal van de belangrijkste wijzigingen kort toegelicht.

Lees verder

Douanewaarde en transferpricing correctie

Geplaatst op

korting

Het Duitse Finanzgericht München heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de gevolgen van een year-end transfer pricing adjustment voor de douanewaarde.

Op grond van een Advance Pricing Agreement (APA) kunnen ondernemingen verplicht zijn om aan het einde van het belastingjaar een transfer pricing correctie toe te passen, om daarmee de winst op het afgesproken niveau te krijgen. Dat kan er toe leiden dat de douanewaarde achteraf moet worden bijgesteld; naar boven of naar beneden. Niet geheel duidelijk is aan welke voorwaarden moet zijn voldaan voor een teruggaaf van invoerrechten, als het bedrag dat is betaald voor de goederen – als gevolg van de transfer pricing correctie – naar beneden gaat.

Het probleem dat daarbij is namelijk dat vaak niet één soort goederen is ingeklaard, tegen een standaard waarde, maar dat allerlei verschillende goederen zijn ingeklaard, met elke een eigen tarief. De praktijk heeft behoefte aan meer duidelijkheid over de gevolgen van transfer pricing correcties voor de douanewaarde. Wilt u meer informatie over dit onderwerp neemt u dan gerust contact op.

Export Controle – voorstel nieuwe Dual Use Verordening

Geplaatst op

Op 28 september jl. is het voorstel voor herziening van de DUAL USE REGULATION officieel gepubliceerd. Het voorstel is te vinden onder nummer COM(2016)616 final . Dual Use goederen, ook wel goederen voor tweeërlei gebruik, zijn goederen die zowel voor civiele- als (potentieel) voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. Voor uitvoer van dergelijke Dual Use goederen is daarom vaak een vergunning nodig.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige regelingen zien op:

  • de definitie van Dual Use goederen. Die definitie is uiteraard van belang om te kunnen bepalen voor welke goederen wél, en voor welke goederen geen exportvergunning hoeft te worden aangevraagd.
  • de definitie van het begrip “Exporteur”. Die definitie is van belang om te kunnen bepalen wie de vergunning moet aanvragen, en uiteraard in welke land een vergunning moet worden aangevraagd.
  • Een aanvulling op de regels voor bemiddeling (brokering) en voort transit van Dual Use goederen.
  • De harmonisatie van de Catch-All bepalingen, zodat alle lidstaten daar op een gelijke manier mee om gaan.

Voor meer informatie over export vergunningen, en export controles in het algemeen, neemt u gerust contact met ons op.

Antidumping basisverordening

Geplaatst op

Op 8 juni  is de nieuwe (geconsolideerde) Basisverordening Antidumpingheffing gepubliceerd. De Verordening heeft nummer 2016/1036 en vervangt de aloude Vo 1225/2009. Deze basis verordening bevat alle regels waaraan een onderzoek naar dumping moet voldoen. Hier is een LINK naar de nieuwe antidumping verordening.

Invoerrecht voor goederen uit India 01-01-2017

Geplaatst op

India

Wijzigingen Algemeen Preferentieel Systeem (GSP).

Met ingang van 1 januari 2017 wijzigt het APS in belangrijke mate. Dan zullen namelijk de gunstige douanetarieven voor goederen uit India vervallen. Om precies te zijn gaat het om invoerrechten op o.a. mineralen,  op organische en niet-organische chemicaliën, op textiel en kleding, en ijzer en staal, motors, fietsen, schepen. Voor meer informatie zie Verordening 2016/330 van 8 maart 2016.

Leveranciersverklaring 2016/2017

Geplaatst op

Op 1 mei 2016 is het nieuwe Douanewetboek van de Unie (DWU) in werking getreden, en daarmee zijn ook de wettelijke bepaling over de leveranciersverklaringen gewijzigd. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Wat is een leveranciersverklaring

Een leveranciersverklaring is een schriftelijke bewijsstuk van de oorsprong van de goederen.  Die leveranciersverklaringen heeft een exporteur nodig als bij een preferentieel oorsprongsdocument wil aanvragen zoals een EUR1. In artikel 61 DWU staat het doel van een leveranciersverklaring als volgt omschreven:  Wanneer een leverancier aan de exporteur of de handelaar van de informatie verstrekt die nodig is om de oorsprong van de goederen vast te stellen voor de toepassing van het preferentiële handelsverkeer tussen de Unie en sommige landen of gebieden (preferentiële oorsprong), dan doet hij dit door middel van een leveranciersverklaring.

Wettelijk voorgeschreven modellen

Voor 1 mei jl. moest voor de leveranciersverklaring het model van Verordening 1207/2001 worden gebruikt, maar met ingang van 1 mei is dat het model van bijlage 22-15 t/m18 van Uitvoeringsverordening 2015/2447. Voor de leveranciersverklaring voor goederen van preferentiële oorsprong gelden de modellen 22-15 (eenmalig) en 22-16 (langlopend) en voor de leveranciersverklaring voor niet-preferentiële oorsprong zijn de modellen 22-17 (eenmalig) en 22-18 (langlopend).

In beginsel moet voor elke levering een aparte leveranciersverklaring worden opgesteld, maar uiteraard is het ook weer mogelijk om een leveranciersverklaring af te geven voor een bepaalde periode, de zogeheten langlopende leveranciersverklaring.  Nieuw is dat deze langlopende leveranciersverklaring een geldigheidsduur mag hebben van maximaal twee jaar (in plaats van één jaar) vanaf de datum waarop zij wordt opgesteld.

Afgifte leveranciersverklaring met terugwerkende kracht

Een leveranciersverklaring kan ook met terugwerkende kracht worden opgesteld voor goederen die al zijn geleverd, maar een langlopende leveranciersverklaring kan niet verder terugwerken dan tot maximaal één jaar voorafgaand aan de datum waarop de verklaring wordt opgesteld. De geldigheidsduur eindigt dan op de datum waarop de langlopende leveranciersverklaring werd

Ondertekening van de leveranciersverklaring

De leveranciersverklaring moet worden voorzien van een handgeschreven handtekening van de leverancier, maar wanneer zowel de leveranciersverklaring als de factuur echter met behulp van elektronische middelen worden opgesteld, dan mag de verklaring ook elektronisch worden ondertekend. De leverancier kan ook een schriftelijke verklaring afgeven waarin hij de verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle leveranciersverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze met zijn handgeschreven handtekening had ondertekend.

Heat-not-Burn en accijns

Geplaatst op

De definities van accijnsproducten moeten duidelijker.   De afgelopen jaren zijn verschillende nieuwe producten op de markt gekomen waarvan onduidelijk is of het accijnsproducten zijn. Het gaat bijvoorbeeld om de HEAT-NOT-BURN en VAPOR producten.  Deze “heat-not-burn”-tabaksproducten zijn niet gelijk aan e-sigaretten omdat zij wel tabak bevatten, maar evenals de e-sigaretten zijn ze niet bestemd om te verbranden. De HEAT-NOT-BURN producten worden alleen verwarmd, zodat naar onze mening moeilijk kan worden gesproken van ‘roken’ terwijl dat wel een voorwaarde is voor heffing van accijns.

Een Europees accijns-rapport van eind december 2015 [COM 2015/621] bevestigt dat de huidige definities onduidelijk zijn. Vooral artikel 5 van de Europese Accijnsrichtlijn, “verpakt voor verkoop aan de consument” en “geschikt (…) om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt” is inderdaad onduidelijk en daarom kan het gebeuren dat eenzelfde product in één Lidstaat niet, en in een andere Lidstaat wel, onder accijns valt.  Wij hebben al geschillen lopen, dus mocht u over deze problematiek van gedachten willen wisselen, neemt u dan gerust contact op.