Nieuws

Heat-not-Burn en accijns

Geplaatst op

De definities van accijnsproducten moeten duidelijker.   De afgelopen jaren zijn verschillende nieuwe producten op de markt gekomen waarvan onduidelijk is of het accijnsproducten zijn. Het gaat bijvoorbeeld om de HEAT-NOT-BURN en VAPOR producten.  Deze “heat-not-burn”-tabaksproducten zijn niet gelijk aan e-sigaretten omdat zij wel tabak bevatten, maar evenals de e-sigaretten zijn ze niet bestemd om te verbranden. De HEAT-NOT-BURN producten worden alleen verwarmd, zodat naar onze mening moeilijk kan worden gesproken van ‘roken’ terwijl dat wel een voorwaarde is voor heffing van accijns.

Een Europees accijns-rapport van eind december 2015 [COM 2015/621] bevestigt dat de huidige definities onduidelijk zijn. Vooral artikel 5 van de Europese Accijnsrichtlijn, “verpakt voor verkoop aan de consument” en “geschikt (…) om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt” is inderdaad onduidelijk en daarom kan het gebeuren dat eenzelfde product in één Lidstaat niet, en in een andere Lidstaat wel, onder accijns valt.  Wij hebben al geschillen lopen, dus mocht u over deze problematiek van gedachten willen wisselen, neemt u dan gerust contact op.

 

Regelgeving export naar Iran

Geplaatst op

De IRAN sancties zijn versoepeld en vanwege de vragen die wij daarover krijgen hierbij een overzichtje van belangrijke regelgeving bij export naar IRAN:

Verordening 2015/1861 van 18 oktober 2015 tot wijziging van Verordening 267/2012 (Iran Verordening);
Uitvoeringsverordening 2015/1862 van 18 oktober 2015 tot uitvoering van Verordening  267/2012 (Iran Verordening);
Besluit 2015/1863 van de raad van 18 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran

Besluit  2016/37 van 16 januari 2016 over de toepassingsdatum van besluit 2015/1863 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran
Sanctieregeling Iran 2012

Verordening nr. 359/2011, met wijzing bij Verordening nr. 264/2012 (Mensenrechten – Iran)
Dual-use Verordening 428/2009 (met de nieuwe recentelijk aangepaste bijlage)
Verordening nr. 258/2012 en nr. 1236/2005 met betrekking tot respectievelijk wapens en anti‑foltering.

 

December indelingsverordeningen

Geplaatst op

In december zijn weer een groot aantal Indelingsverordeningen gepubliceerd. De Europese Commissie stelt dergelijke Indelingsverordeningen op, als Lidstaten verschillend denken over de indeling van een specifiek product in het douanetarief.

De laatste Indelingsverordeningen zien op een tuinier-set, een fotoalbum, een tochtstrip van aluminium, een sportarmband, een voeding voor een spelcomputer en een elektrische spaarpot.

Producten die nog in het Comité worden besproken zijn onder andere gelaagd hout, zithulp voor baby’s, memory kaartspel, 3d printers voor artikelen van kunststof, LED lampen en een zonnelader.
Let op dat een Indelingsverordening alleen maar een uniforme indeling in het douanetarief mag bewerkstelligen. Het is de Commissie niet toegestaan om de inhoud of reikwijdte van de tariefposten te wijzigen (zie arresten van Frankrijk/Commissie (C 267/94) en Kawasaki Motors Europe (C 15/05). Als dat feitelijk wel het geval is kan de Verordening door het Hof van Justitie op een daartoe gedaan verzoek buiten werking worden gesteld. Heeft u een vraag over de indeling van één van deze producten, neem dan gerust even contact op.

Toepassing contingent

Geplaatst op

Zo MENEER dat is dan €50,- !    Ik heb net een vuilniszak buiten gezet ….en kijk de ambtenaar, die mij zojuist aansprak, vragend aan. “De vuilnis wordt pas morgen opgehaald meneer. U bent een dag te vroeg.”   Oh zeg ik, dan heb ik mij vergist . De ambtenaar kan nu twee dingen doen; hij kan een boete uitschrijven of mij de kans geven om de vuilzak weer binnen te zetten. Wat zou u doen?

Iets vergelijkbaars is aan de hand in een recente zaak voor het Gerechtshof (14/00194) van 6 oktober 2015 waarin een douane-expediteur abusievelijk twee dagen te vroeg aangifte doet. Het contingent is dan nog niet geopend en dat kost  – naar al snel blijkt – ruim € 173.000 aan invoerrechten. De goederen zijn nog voor handen, en dus vraagt de expediteur aan de Douane of zij de aangifte ongeldig willen maken en de goederen mogen worden teruggenomen in het douane-entrepot.  Wat zou u doen?

De Douane werkt niet mee aan een herstel van de vergissing,  persisteert en vordert € 173.000,- van belanghebbende, en krijgt daarin gelijk van zowel Rechtbank als nu in hoger beroep van het Gerechtshof.  Hoewel het Gerechtshof naar mijn mening formeel een juiste beslissing neemt, wringt de zaak.  Dat komt naar mijn mening omdat de Douane had kunnen meewerken aan het herstel, en zodoende de nadelige gevolgen van de vergissing had kunnen beperken, maar dat kennelijk toch niet deed.

Naar mijn mening zou een bestuursorgaan, zoals de Douane, op grond van het evenredigheidsbeginsel , eigenlijk mee moeten werken aan het herstel van een vergissing, zolang dat herstel feitelijk mogelijk is, of in dit geval zolang de goederen nog voorhanden zijn.  Die verplichting geldt naar mijn mening nóg meer als de betrokken douane-expediteur AEO-gecertificeerd is omdat die certificering volgens mij mede inhoudt dat partijen zich welwillend en coöperatief naar elkaar toe opstellen.  De praktijk is helaas anders.

Gelet echter op het recente arrest van het HvJ in de zaak van B&S Global (C-319/14) over de herstelmogelijkheid van een niet-gezuiverd douane-vervoer vrees ik dat het herstellen van een vergissing waarschijnlijk alleen nog maar moeilijker wordt.  Het CDW staat binnenkort echter ook bij de vuilnis, want in de loop van volgend jaar treedt het Douanewetboek van de Unie in werking.  Daarover later meer.

Zonnepanelen – anti-ontwijkings maatregelen

Geplaatst op

Op 28 mei heeft de Europese Commissie een onderzoek ingesteld naar de mogelijke ontwijking van antidumpingheffing bij de invoer van fotovoltaïsche modules (zonnepanelen) uit Maleisië en Taiwan. Gedurende het onderzoek is al een voorlopige antidumpingheffing verschuldigd over alle invoer van zonnepanelen uit Maleisië en Taiwan.  Opgelet dus. Voor meer informatie zie Uitvoeringsverorderning 2015/833.

Verdorie… mijn arm is te kort!

Geplaatst op

Dat is vaak de reactie als je een foto van jezelf probeert te maken. De oplossing is een selfie-stick. Vorige week stuitte ik op 3 nieuwe BTI’s (aanvang geldigheid 9 april 2015) voor verschillende selfiesticks. Die wil ik hier graag noemen want de indeling van de selfie-sticks is best interessant.

De selfiestick is een handig ding om een leuke foto van jezelf mee te kunnen maken. Het is eigenlijk gewoon een lichtgewicht verlengstok waar een smartphone of camera aan vast wordt gemaakt.

De selfiestick is in te delen onder verschillende  posten.  De Engelse douane heeft een sefliestick ingedeeld onder post 9006.9100 (3,7%), waarschijnlijk omdat de selfiestick eigenlijk gewoon een monopod is. De Nederlandse Douane heeft  een aantal selfiesticks – afhankelijk van de specificaties – ingedeeld als “een werk van ijzer of van staal” (7326.9098 tegen 2,7%), en ook als een “draadgebonden afstandbediening” (8537.1099) alsmede als een radio-afstandsbediening (8526.9200).

Omdat selfiesticks worden gebruikt om foto’s mee te maken, is de indeling als accessoire (de GN heeft het over toebehoren) zo gek nog niet. Lastig is dat de selfiestick vooral worden gebruikt in combinatie met een smartphone, en hoewel smartphones zijn uitgerust met een camera, worden ze in de GN ingedeeld als telefoons. Dat lijkt de indeling onder 9006.10 uit te sluiten, maar helemaal zeker ben ik daar nog niet van.

Als de selfiestick inderdaad een toebehoren van een camera is, dan gaat post 9006.10 voor, omdat in Aantekening 2 is bepaald dat delen en toebehoren die als zodanig onder een der posten van hoofdstuk 90 of van hoofdstuk 84, 85 of 91 (met uitzondering van de posten 8487, 8548 en 9033) kunnen worden ingedeeld, onder die posten blijven ingedeeld. Als de selfiestick geen toebehoren  van een camera is, dan komt de vraag op of de selfiestick niet altijd gewoon een verlengstok is, en moet worden ingedeeld naar het (karakterbepalende) materiaal waarvan de stick is gemaakt.  Een stok met een knop, is nog steeds een stok, toch?

Al met al best een lastige indeling, en is aanleiding om de indeling nog eens rustig (van een afstandje) te bekijken.

Indelingsverordeningen

Geplaatst op

Begin maart ’15 zijn weer een aantal Indelingsverordeningen verschenen. Het gaat om de indeling in de GN van een skatebord met een elektrische motor (Vo 2015/386), en een toestel dat water zuivert met UV-licht (V0 2015/387) en een vel met ‘rewinding smartcard antennas’ (Vo 2015/388).

Invoercertificaten

Geplaatst op

Bij de invoer van landbouwgoederen zijn veelal invoercertificaten vereist. Die certificaten zijn gebaseerd op ingewikkelde Brusselse wetgeving. Hierbij de link naar mijn laatste artikel in Weg en Wagen over douane problematiek van invoercertificaten: LINK

Bewijskracht OLAF onderzoek

Geplaatst op

Wij hebben vrij veel te maken met navordering van antidumpingheffing of compenserende rechten op grond van een OLAF rapport. OLAF is een afdeling van de Europese Commissie die onderzoek doet naar fraude die van belang is voor Europese gelden. Recentelijk heeft het Gerechtshof zich uitgelaten over de bewijskracht van een degelijk OLAF rapport. Met name gaat het over de vraag of de informatie die OLAF gebruikt, verifieerbaar moet zijn. Volgens het Gerechtshof is dat niet nodig, wanneer zoals in het onderhavige geval, de buitenlandse autoriteit heeft verklaard dat de informatie van haar afkomstig is. Ik meen echter dat bewijsmateriaal altijd verifieerbaar moet zijn; als het niet verifieerbaar is, dan draag het naar mijn mening slechts bij aan een vermoeden, waarna de rechter zal moeten beoordelen of de navorderingsaanslag in stand kan blijven op grond van het vastgestelde vermoeden. Tegen de uitspraak van het Gerechtshof is cassatie ingesteld. Ik hoop dat de Hoge Raad een duidelijk lijn kiest voor wat betreft de verifieerbaarheid. ECLI:NL:GHAMS:2014:4901